Dunne en schrale vloeistoffen met een gebruiksaanwijzing
Oplosmiddelen zoals aceton, tolueen, alcoholen en ether zijn onmisbaar in de chemische, farmaceutische en procesindustrie. Tegelijkertijd behoren ze tot de lastigste vloeistoffen om te verwerken. Zonder de juiste apparatuur leiden de lage viscositeit, het niet-smerende karakter en snelle verdamping al snel tot slijtage aan glijlagers of afdichtingen, capaciteitsverlies of onveilige situaties op de werkvloer.
Bij het veilig en exact doseren van oplosmiddelen en andere laagviskeuze vloeistoffen spelen drie factoren een hoofdrol:
- Smerend vermogen: Veel dunne vloeistoffen hebben nauwelijks smerende eigenschappen, wat extra eisen stelt aan het materiaal en het ontwerp van de pompcomponenten als glijlagers en (as-)afdichtingen
- Dampdruk en cavitatie: Zodra de druk in het pomphuis onder de dampdruk van de vloeistof zakt, ontstaan er gasbellen. Dit veroorzaakt trillingen, schade aan het binnenwerk en doseringsafwijkingen
- Veiligheid en emissies: Lekkage van vluchtige of brandbare stoffen is uit den boze, zowel vanwege strengere milieuwetgeving (zoals TA-Luft en ATEX) als de veiligheid van medewerkers